Alvorens over te gaan
tot vordering voert het college overleg met het bevoegd
gezag.
In dat overleg komt in ieder geval aan de orde:
voor welke activiteit of activiteiten gevorderd
wordt;
of die activiteit of activiteiten zich verdragen met
het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde
school;
welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om te
voorkomen dat het onderwijs aan de in het gebouw
gevestigde school hinder van het medegebruik
ondervindt;
een redelijke vergoeding voor het medegebruik
is;
de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs een
aanvang kan nemen.
Binnen vier weken na afloop van het overleg, als
bedoeld in het eerste lid, doet het college
schriftelijk mededeling van de vordering tot
medegebruik aan het bevoegd gezag. Indien het
overlegheeft geleid tot afspraken, bevat de
mededeling in ieder geval die afspraken. Voor zover
het overleg niet tot overeenstemming heeft geleid,
bevat de mededeling de beslissing van het college
over deze punten. Indien het bevoegd gezag in het
overleg te kennen geeft geen bezwaar te hebben tegen
de vordering, kan van de schriftelijke mededeling
als hier bedoeld worden afgezien.
HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 5
Artikel 35
Overleg en mededeling
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2012