Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10:

Artikel 30

Vaststellen begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland

1.. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 1 juli voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt de begroting vast. 2.. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp begroting vóór 1 april van ieder jaar toe aan het algemeen bestuur van het waterschap en de raden van de gemeenten. De ontwerp begroting wordt gelijktijdig toegezonden aan de leden van het algemeen bestuur. 3.. Het algemeen bestuur van het waterschap en de raden van de gemeenten kunnen omtrent de ontwerp begroting hun zienswijze inbrengen bij het algemeen bestuur. 4.. De ontwerp begroting wordt door de zorg van ieder der deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid van de Gemeentewet en artikel 100, tweede en derde lid van de Waterschapswet zijn van overeenkomstige toepassing. 5.. Het dagelijks bestuur legt de ingekomen zienswijzen met zijn advies hieromtrent te samen met de ontwerp begroting ter besluitvorming voor aan het algemeen bestuur. 6.. Nadat de begroting is vastgesteld zendt het dagelijks bestuur de begroting aan het algemeen bestuur van het waterschap en de raden van de gemeenten. 7.. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient aan gedeputeerde staten. 8.. Het bepaalde in het tweede, vierde en vijfde lid is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. 9.. Het bepaalde in lid zeven is niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting waarbij in de bijdrage van de deelnemers geen wijziging wordt gebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel