Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Werkwijze van de commissie

Onderdeel van Verordening nadeelcompensatie centrumvernieuwing gemeente Emmen 2012

Het college stelt aan de commissie alle op de aanvraag betrekking hebbende informatie ter beschikking. De commissie kan het college en de aanvrager verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken. De commissie houdt een hoorzitting, waar de aanvrager en een vertegenwoordiger van het college in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag toe te lichten, de voor de advisering over de aanvraag relevante informatie te verschaffen, onderscheidenlijk een standpunt van het college kenbaar te maken. Eventuele andere betrokken bestuursorganen en belanghebbenden worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken. Indien de commissie de situatie ter plaats wil bezichtigen nodigt hij de aanvrager voor de plaatsopneming uit. Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende zaak, wordt door de commissie met de aanvrager een afspraak gemaakt. Van de in het tweede lid bedoelde hoorzitting en van de in het derde lid bedoelde bezichtiging wordt door, dan wel onder verantwoordelijkheid van de commissie een verslag gemaakt, dat onderdeel vormt van het uit te brengen advies. De commissie kan inlichtingen en adviezen inwinnen bij derden. Indien hieraan kosten zijn verbonden, oefent de commissie deze bevoegdheid eerst uit na toestemming van het college. Alvorens een advies uit te brengen zendt de commissie binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een ontwerpadvies aan het college, aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokken bestuursorganen en belanghebbenden. De commissie kan deze termijn onder opgaaf van redenen met ten hoogste vier weken verlengen. De termijn voor het toezenden van een ontwerpadvies wordt opgeschort met ingang van de dag na die waarop de commissie overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid heeft verzocht aanvullende gegevens te verstrekken tot de dag waarop de aanvullende gegevens zijn verstrekt. De aanvrager, het college, eventuele andere betrokken bestuursorganen en belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken na de toezending van het ontwerp van het advies schriftelijk hierop te reageren. In het geval dat tijdig reacties zijn ingediend, brengt de commissie binnen zes weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken. In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de commissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het negende lid bedoelde termijn een advies uit aan het college.

Rechtspraak bij dit artikel