Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 1.

Artikel 7.

De afweging maken

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Voorst 2014

1.. Het college gaat uit van de behoeften en persoonskenmerken van de belanghebbende. Daarbij zal onderzoek gedaan worden naar de noodzaak en mogelijkheid tot maatwerk leveren voor het te bereiken resultaat. 2.. Bij de beoordeling van de te treffen voorziening neemt het college het verslag van het Gesprek, indien aanwezig, als uitgangspunt. 3.. Heeft geen Gesprek plaatsgevonden of heeft het Gesprek niet tot een oplossing geleid, dan beoordeelt het college de mogelijkheden van belanghebbende in het kader van diens zelfredzaamheid. Zijn die mogelijkheden er niet of niet in voldoende mate, dan gaat het college na of er voor belanghebbende andere beschik- en bruikbare voorzieningen zijn. Blijkt ook dan dat het beoogde resultaat te veel buiten bereik blijft, dan beoordeelt het college of een individuele voorziening mogelijk is. 4.. Het college kan een door hem aangewezen adviesinstantie om advies vragen indien: a. het handelt om een aanvraag van een persoon die niet eerder een voorziening heeft gehad c.q. met wie niet eerder een Gesprek is gevoerd; b. het handelt om een aanvraag van een persoon die wel eerder een recht op een individuel voorziening heeft gehad of met wie een Gesprek is gevoerd, maar waarvan de mesche omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden noodzaak van een recht op een voorziening of de soort van de voorziening kunnen beïnvloeden.

Rechtspraak bij dit artikel