Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Aanstelling en rechtspositie

Onderdeel van Regeling Vakantiekracht 2012

1.. Aanstelling van de vakantiekracht geschiedt door burgemeester en wethouders in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd. 2.. De afspraken omtrent het te verrichten vakantiewerk, de voorwaarden aangaande de aanstelling van de vakantiekracht alsmede de aanstellingsgrond “als vakantiekracht” zullen worden vastgelegd in de aanstellingsbrief. 3.. De maximale duur van de tijdelijke aanstelling als vakantiekracht bedraagt 3 maanden. 4.. Op de vakantiekracht zijn, ingevolge artikel 1:2:1, lid 3 van de CAR/UWO, expliciet de hoofdstukken 3 (salaris en vergoedingsregelingen), 10-d (bovenwettelijke werkloosheidsuitkering) en 17 (opleiding en ontwikkeling) van de CAR/UWO niet van toepassing. 5.. Alleen als bij oproep werkzaamheden moeten worden verricht, is het mogelijk om een arbeidsovereenkomst (als oproepkracht) aan te gaan. 6.. Ook wanneer vakantiekrachten via de/een “Payroll”constructie worden ingezet zijn de bepalingen van deze Regeling Vakantiekracht van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel