Buiten het specifieke verlof op de erkend kerkelijke feestdagen (artikel 4:2:1 CAR/UWO) of op officiële feestdagen samenhangend met zijn geloof en/of culturele achtergrond heeft de vakantiekracht géén aanspraak op verlof. In artikel 4, lid 4 is geregeld dat hiervoor ter compensatie een geldelijke vergoeding wordt uitgekeerd.