**1..** De raad ontslaat de voorzitter of een lid van de commissie:
a. Op zijn verzoek;
b. Wanneer hij uit hoofde van ziekte of gebrek blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen;
c. Bij de aanvaarding van een ambt of betrekking die ingevolge artikel 14, derde lid, onverenigbaar is met het voorzitterschap of het lidmaatschap van de commissie;
d. Wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
e. Wanneer hij ingevolge een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld of wegens schulden is gegijzeld;
f. Wanneer hij naar het oordeel van de raad door handelen of nalaten nadeel toebrengt aan het aanzien van de commissie.
**2..** De voorzitter of leden blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien, behalve indien sprake is van sub d, e en/of f, eerste lid, van dit artikel.