1.
Het innemen van een ligplaats met een woonschip op krachtens artikel 5.25 eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water is slechts toegestaan indien daartoe door het college een ligplaatsvergunning is verleend. Een ligplaatsvergunning is persoons-, ligplaats- en scheepsgebonden.
2.
Een ligplaatsvergunning kan onder meer worden geweigerd indien:
a.
voor de ligplaats al een vergunning is verleend;
b.
het woonschip, de afmetingen als bedoeld in artikel 5.45 overschrijdt;
c.
het woonschip, de maximale afmetingen toegestaan op basis van een ter plaatse van de ligplaats geldend bestemmingsplan overschrijdt;
d.
niet wordt voldaan aan de veiligheids- en inrichtingseisen als genoemd in artikel 5.46;
e.
het woonschip naar het oordeel van het college een ontsierend uiterlijk heeft;
f.
het woonschip een belemmering kan veroorzaken aan het verkeer te water of te land;
g.
het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen 12 weken na het verlenen van een ligplaatsvergunning met het woonschip de plaats waarvoor de ligplaatsvergunning is aangevraagd, kan innemen.
3.
Het is verboden, zonder ontheffing van het college bedrijfsmatige activiteiten op een woonschip uit te oefenen.
Hoofdstuk 5. › Afdeling 6. › Paragraaf 3
Artikel 5.44
Ligplaatsvergunning woonschepen (z)
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening