In deze afdeling wordt verstaan onder:
a.
inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van wat in het maatschappelijke verkeer wordt aangeduid als een smart-, head- of growshop;
b.
exploitant: de natuurlijke persoon of vertegenwoordiger van een rechtspersoon die een inrichting exploiteert.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 16
Artikel 2:78
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening