1.
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de Bomenlijst, of die zich bevinden op een openbare plaats.
2.
De vergunning kan worden geweigerd op grond van:
a.
de natuurwaarde van de houtopstand;
b.
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
c.
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
d.
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
e.
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
f.
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
3.
Het bevoegd gezag kan een herplantplicht of een financiële voorwaarde opleggen onder nader te stellen voorschriften.
4.
Het college is bevoegd de in het eerste lid bedoelde Bomenlijst te actualiseren.
Hoofdstuk 4. › Afdeling 3.
Artikel 4:11
Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening