Onverminderd de bepalingen van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur wordt de vergunning al dan niet voor een bepaalde termijn ingetrokken indien:
a.
de exploitant van de inrichting handelt in strijd met het bepaalde in deze afdeling;
b.
de exploitant van de inrichting handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
c.
de exploitant niet of niet langer voldoet aan de eisen gesteld in deze afdeling;
d.
naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 16
Artikel 2:82
Intrekking vergunning
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening