Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Afdeling 1.

Artikel 4:1b

Horeca-,sport en recreatie-inrichtingen (z)

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening (Zaanstad, APV)

In deze paragraaf wordt verstaan onder ‘Horeca-, sport en recreatie-inrichting’:een inrichting type A of type B zoals bedoeld in het Besluit waarbij; a. uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van: 1° een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis of daaraan verwante inrichting waar tegen vergoeding logies wordt verstrekt, dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, of 2° een gelegenheid tot zwemmen of baden; b. uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van een of meer voorzieningen of installaties voor: 1° het in een besloten ruimte dansen of geven van dansonderricht; 2° het in een besloten ruimte onderrichten van muziek of toneel, of oefenen of houden van muziek-, toneel- of daarmee verwante uitvoeringen; 3° het in een besloten ruimte vertonen van films, houden van presentaties, vergaderingen   of congressen, of tentoonstellen van gebruiksvoorwerpen of voortbrengsels van kunst, cultuur of wetenschap; 4° het in de open lucht of in een besloten ruimte beoefenen van sport in wedstrijdverband, ter voorbereiding van wedstrijden of voor recreatieve doeleinden, of 5° het in de open lucht vertonen van films, houden van muziek-, toneel- of daarmee verwante uitvoeringen, of houden van tentoonstellen van gebruiksvoorwerpen of voortbrengsels van kunst, cultuur of wetenschap; c. uitsluitend of in hoofdzaak gelegenheid wordt geboden tot het deelnemen aan kansspelen of om mee te dingen naar prijzen of premies door enige kansbepaling of tot het gebruiken van speelautomaten, of d. uitsluitend of in hoofdzaak: 1° recreatief dagverblijf wordt geboden of waar een of meer voorzieningen aanwezig zijn voor recreatieve doeleinden; 2° recreatief nachtverblijf wordt geboden in ten hoogste 400 vakantiewoningen, of 3° recreatief nachtverblijf wordt geboden in ten hoogste 750 trekkershutten of door middel van een kampeerterrein als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet op de openluchtrecreatie, met een capaciteit van ten hoogste 750 kampeermiddelen. e. uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van een samenstel van bedrijvigheden als bedoeld onder a tot en met d.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel