In deze afdeling wordt verstaan onder:
wegen: de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder a1, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;
parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).
Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.
Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan:
het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;
het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.
Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet gerekend:
voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;
voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in het eerste lid genoemde persoon.
Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:
drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een dezer voertuigen; dan wel
de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
Afdeling 5
Artikel 5:1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening (INGETROKKEN PER 17/3/2010)