Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Tytsjerksteradiel 2013

Lid 1. Overwegende bezwaren om niet tot verstrekking van een persoongebonden budget over te gaan, zoals bedoeld in artikel 20 van de Verordening zijn: a. Het, met feiten onderbouwde, vermoeden bestaat dat belanghebbende niet in staat is het persoonsgebonden budget te beheren; b. Belanghebbende heeft schulden en er dreigt beslaglegging op het persoonsgebonden budget; c. De duur van de periode van het persoonsgebonden budget is dermate kort, dat verstrekking hiervan praktisch niet uitvoerbaar is; d. Belanghebbende heeft recht op collectief vervoer. 3 ad3.Keuzevrijheid voor een persoonsgebonden budget voor vervoer dreigt ons systeem voor collectief vervoer dermate in het gedrang te brengen dat voortzetting hiervan in gevaar komt. Wij verwachten dat bij deze keuzevrijheid een substantieel deel van de belanghebbenden gebruik zal maken van het persoonsgebonden budget. Dit maakt efficiënte inzet van het collectief vervoer op termijn niet langer mogelijk Lid 2. De bedragen voor een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden bedragen: a. voor hulp bij het huishouden: de daadwerkelijk kosten tot maximaal € 16,00 per uur; b. voor hulp bij het huishouden door een daartoe opgeleid persoon werkzaam voor een instelling: de daadwerkelijk kosten tot maximaal de kosten die de gemeente verschuldigd is voor huishoudelijke hulp die via de gecontracteerde aanbieders in natura wordt verstrekt. Lid 3. Een persoonsgebonden budget voor vervoer met (eigen) auto wordt berekend aan de hand van een kilometertarief overeenkomstig de autokosten voor een kleine midden-klasse auto zoals die door het Nibud in de Prijzengids 2012-2013 zijn vastgesteld. Afhankelijk van de situatie baseren we de meerkosten uitsluitend op de variabele kosten (bij vervoer door derden), of op de vaste en variabele kosten (bij vervoer met eigen auto). Kosten Kosten per kilometer Variabele kosten € 0,14 Vaste en variabele kosten € 0,46 Lid 4. Het persoonsgebonden budget met een periodiek karakter, waaronder het persoongebonden budget voor huishoudelijke hulp, wordt in het begin van ieder kwartaal uitbetaald ter hoogte van een kwart van het toegekende bedrag op jaarbasis. Lid 5. a. De bedragen voor een persoonsgebonden budget voor een zaak, worden bepaald als tegenwaarde van de zaak die de aanvrager op dat moment ontvangen zou hebben als de zaak in natura zou zijn verstrekt. De korting die de gemeente bij haar leveranciers heeft bedongen wordt doorberekend naar het persoonsgebonden budget. Voorwaarde daarbij is dat belanghebbende tegen dezelfde kortingsvoorwaarden bij deze leverancier kan inkopen. Het staat belanghebbende vervolgens vrij om bij een andere leverancier in te kopen. De extra kosten komen dan voor eigen rekening van belanghebbende. b. Indien er geen sprake is van een vaste leverancier van de gemeente dient belanghebbende voor de vaststelling van de tegenwaarde minimaal twee offertes te overleggen, waarbij de goedkoopst compenserende voorziening als uitgangspunt dient voor de vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget. De gemeente doet, naast de ingediende offertes, eigen onderzoek naar de goedkoopst compenserende voorziening. c. Voor een woonvoorziening gelden op onderdelen andere regels. Deze zijn vastgelegd in het Protocol woningaanpassing 2013.

Rechtspraak bij dit artikel