Het Dagelijks Bestuur biedt jaarlijks vóór 1 mei de rekening over het afgelopen jaar met alle bijbehorende bescheiden aan de raden aan. Daarbij worden tevens aangeboden een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet aangewezen deskundige en hetgeen het Dagelijks Bestuur te zijner verantwoording dienstig acht.
Binnen zes weken na ontvangst kunnen de raden van hun zienswijze doen blijken. Het Dagelijks Bestuur legt de commentaren bij de voorlopige vaststelling aan het Algemeen Bestuur voor.
Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli volgende op het jaar, waarvoor de rekening geldt.
De vastgestelde jaarrekening wordt vòòr 15 juli volgende op het jaar waarvoor de rekening geldt, ter kennis gebracht aan Gedeputeerde Staten.
Kostenverdeling.
Hoofdstuk §
Artikel 33
Artikel 33
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Welstandszorg Hûs en Hiem