Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt op de dag waarop het lid de hoedanigheid verliest, waarin hij is benoemd, respectievelijk gekozen.
De leden van het Algemeen Bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen.
Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het Algemeen Bestuur,alsmede de raad die hen heeft aangewezen op de hoogte.
In een tussentijdse vacature wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 8 weken na het ontstaan van deze vacature, een nieuw lid van het Algemeen Bestuur benoemd door de raad van de gemeente waaruit het lid wiens lidmaatschap is geëindigd afkomstig is.