Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 16.

Citeertitel

Onderdeel van Reintegratieverordening WWB/IOAW/IOAZ Gemeente Goes 1 oktober 2012l

Deze verordening wordt aangehaald als: Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Goes 2012. Algemene toelichting Re-integratieverordening WWB/IOAW/IOAZ 2012 gemeente Goes De WWB geeft het college de opdracht te zorgen voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden, niet-uitkeringsgerechtigden en personen met een Anw-uitkering. De IOAW en IOAZ geven soortgelijke verplichtingen voor de re-integratie van personen met een IOAW- of IOAZ uitkering. Het college bepaalt welke voorzieningen in de gemeente worden aangeboden en stelt tevens vast wie voor welke voorziening in aanmerking komt. De WWB draagt aan de gemeenteraad op om een verordening op te stellen waarin het beleid van de gemeente ten aanzien van haar re-integratietaak wordt neergelegd. Ook de IOAW en de IOAZ kennen een dergelijke verordeningsplicht. In de WWB is vastgelegd dat in de verordening regels moeten worden opgenomen waaruit onder andere aandacht blijkt voor de in de WWB onderscheiden doelgroepen en de daarbinnen te onderscheiden subgroepen. Er is gekozen voor een algemene, globale verordening. Dit heeft te maken met de aard van de opdracht die de raad heeft gekregen. Die leent zich niet tot het formuleren van gedetailleerde regels die op iedere situatie van toepassing zijn. Immers, re-integratie is maatwerk. Het is helemaal afhankelijk van iemands mogelijkheden en beperkingen wat in het concrete geval een passend re-integratietraject is. Daarom wordt aan het college de bevoegdheid gegeven om op een aantal punten eigen afwegingen te maken. De artikelen 10 WWB, en 36 IOAW/ IOAZ bepalen dat personen uit de doelgroep aanspraak hebben op ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en de door het college noodzakelijk geachte voorziening binnen de kaders van de re-integratieverordening. Daarom is ervoor gekozen in de verordening de voorzieningen vast te leggen die het college in ieder geval kan aanbieden, ongeacht de mate waarin dat gebeurt. Op grond van het per 18 juli 2008 in werking getreden artikel 10a WWB kan het college belanghebbenden met een kleine kans op inschakeling in het arbeidsproces met behoud van uitkering gedurende maximaal twee jaar onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. Dergelijke additionele werkzaamheden worden participatieplaatsen genoemd (en voorheen ook wel terugkeerbanen). Onder 'additionele werkzaamheden' wordt op grond van artikel 10a lid 2 WWB verstaan: primair op de arbeidsinschakeling gerichte werkzaamheden die onder verantwoordelijkheid van het college in het kader van deze wet worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid, en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Het college is verplicht personen die werken op een participatieplaats, elke zes maanden een premie te verstrekken. In deze verordening is er voor gekozen de participatieplaats niet als voorziening op te nemen. De reden hiervoor is dat de reeds bestaande voorzieningen voldoende mogelijkheden bieden om personen die een wat langere afstand tot de arbeidsmarkt hebben, werkervaring op te laten doen (zie met name artikel 5 en artikel 7 van de verordening). Dit geldt te meer nu het beleid ten aanzien van het verstrekken van premies met de vaststelling van deze verordening wordt gewijzigd. Artikelsgewijze toelichting Re-integratieverordening WWB/IOAW/IOAZ 2012 gemeente Goes.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel