Het verrichten van overwerk verdraagt zich in principe niet met de behoefte tot korter werken. Wanneer onvoorziene omstandigheden het echter noodzakelijk maken dat overwerk moet worden opgedragen aan degene aan wie de faciliteit van arbeidstijdverkorting is verleend, dient -met in achtneming van de overige ter zake geldende bepalingen- het halve uur (of het naar rato deel daarvan), waarover geen vrijaf kan worden gegeven, te worden aangemerkt als overwerk.