Vergunningen en ontheffingen verleend krachtens de verordening bedoeld
in artikel 35, tweede lid, blijven - indien en voor zover het gebod of
het verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook
vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn
vervallen of ingetrokken - nog gedurende 1 jaar na de inwerkingtreding
van deze verordening van kracht. Voorschriften en beperkingen opgelegd
krachtens de verordening bedoeld in artikel 35, tweede lid, blijven -
indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en
beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor
zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende 1
jaar na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een
aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de verordening
bedoeld in artikel 35, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van
inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is
beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige
verordening toegepast.
Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of
ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel voorschrift of beperking
bedoeld in het tweede lid dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel
35, eerste lid, is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn,
wordt beslist met toepassing van de verordening bedoeld in artikel 35,
tweede lid. In afwijking van het eerste lid, blijft een vergunning of
ontheffing van kracht, totdat onherroepelijk is beslist op een aanvraag
voor een, krachtens een in deze verordening overeenkomstig opgenomen
gebod of verbod vereiste vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag
ten minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid genoemde
termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend. Gebod- of
verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing vereist is
krachtens deze verordening en niet voorkomend in de verordening als
bedoeld in artikel 35, tweede lid zijn niet van toepassing:
gedurende 12 weken na het in werking treden van deze verordening; ook na
de onder a bepaalde termijn, voor zover degene die de vergunning of
ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een aanvraag heeft
ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag is beslist. De
intrekking van de verordening bedoeld in artikel 35, tweede lid heeft
geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening
genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de
rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is
in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of
ingetrokken.