Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Bewonersvergunningen

Onderdeel van Regels voor het aanvragen en toewijzen van een parkeervergunning

1.. De aanvrager wordt geacht te wonen waar deze volgens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens als bewoner is ingeschreven. 2.. Van het eerste lid kan worden afgeweken, in afwachting van inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, indien een recente huur- of koopovereenkomst wordt overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat de aanvrager voornemens is te verhuizen naar het betreffende adres. 3.. Van het eerste lid kan worden afgeweken als uit een huur- of koopovereenkomst kan worden afgeleid dat de aanvrager op het betreffende adres een tweede woning heeft. Hiervan kunnen daarnaast ook andere bewijsstukken worden verlangd. 4.. Het motorvoertuig waarvoor de vergunning wordt aangevraagd moet op naam staan van de aanvrager. Bij de aanvraag moet een kopie van het kentekenbewijs deel Ib worden overgelegd. 5.. Indien een vergunning wordt aangevraagd voor een lease- of bedrijfsmotorvoertuig moet een door de eigenaar ondertekende verklaring worden overgelegd, waaruit blijkt dat de aanvrager de dagelijkse gebruiker is. Indien de aanvrager, vooruitlopend op het beschikken over een lease- of bedrijfsmotor-voertuig, tijdelijk een ander voertuig tot zijn beschikking heeft, dient eveneens een door de eigenaar ondertekende verklaring te worden overlegd, waaruit blijkt dat de aanvrager de dagelijkse gebruiker is.

Rechtspraak bij dit artikel