Naar hoofdinhoud

Artikel 4.2

Artikel 4.2

Onderdeel van Drank- en Horecaverordening

Gedurende de tijd dat gelegenheid wordt gegeven tot dansen moeten de volgende voorschriften in acht worden genomen: het vertrek of de open aanhorigheid waar het dansen geschiedt, moet ten genoegen van de burgemeester voldoende verlicht zijn; het dansen moet geleid worden door een daartoe door de burgemeester geschikt geacht persoon; in dat vertrek of die open aanhorigheid mogen niet aanwezig zijn schotten, schermen, gordijnen, of andere afscheidingen, hoger dan 1,25 m van de vloer gemeten, die van dat vertrek of die open aanhorigheid een deel afzonderen; in dat vertrek of die open aanhorigheid mogen niet meer bezoekers aanwezig zijn dan het aantal behoorlijke zitplaatsen bedraagt; personen beneden de zestien jaar mogen in dat vertrek of die open aanhorigheid niet aanwezig zijn; het dansen mag uitsluitend op de dansvloer plaatsvinden; voor de bezoekers moeten alcoholvrije dranken verkrijgbaar zijn; personen die kennelijk onder de invloed van alcoholhoudende drank verkeren, die door hun gedrag aanstoot geven of die op enige wijze in strijd met de welvoeglijkheid handelen, en personen van verdachte zeden of die zich als zodanig voordoen, moeten uit de inrichting worden verwijderd; wanneer in het vertrek of de open aanhorigheid waar het dansen geschiedt, een buffet aanwezig is, mag zich daaraan geen publiek ophouden, indien het zich daarbij tevens binnen 2 m van de dansvloer bevindt; de toiletten en de wasgelegenheden moeten in zindelijke staat verkeren en voldoende verlicht zijn.

Rechtspraak bij dit artikel