**1..** Een lid van de raad die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid
van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in aansluiting op
de behandeling van de lijst van ingekomen stukken òf voor het
sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het
algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. De raad kan de
gewenste bespreking van dit verslag verwijzen naar de desbetreffende
commissie.
**2..** Een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de
gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een
openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan,
ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, doet in
de raadscommissie verslag over zaken die in het algemeen bestuur als
bedoeld aan de orde zijn.
**3..** Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
en tweede lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het
stellen van schriftelijke vragen, vastgelegd in artikel 37, zijn van
overeenkomstige toepassing.
**4..** Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste en
tweede lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgelegd in artikel
38, zijn van overeenkomstige toepassing.
**5..** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft
benoemd.
Hoofdstuk 6
Artikel 41
Verslag; verantwoording
Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Moerdijk