**1..** Burgemeester en wethouders verlenen de vrijwilliger ongevraagd eervol ontslag op grond van het bereikt hebben van de 55-jarige leeftijd. Dit ontslag gaat in op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de leeftijd van 55 jaar is bereikt.
**2..** De ingangsdatum van het in het vorige lid bedoelde ontslag kan telkens met een periode van één jaar worden opgeschort, indien zulks door burgemeester en wethouders in het belang van de dienst wordt geacht en:
de vrijwilliger zulks heeft verzocht of daarmede instemt; en
de vrijwilliger blijkens het ingewonnen advies van een door burgemeester en wethouders aangewezen geneeskundige, lichamelijk en psychisch in staat kan worden geacht zijn werkzaamheden te blijven verrichten.
Bedoelde opschorting eindigt in ieder geval op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de leeftijd van 60 jaar is bereikt.
**3..** Niettemin kunnen burgemeester en wethouders aan de vrijwilliger die tussentijds blijkens het advies van een door burgemeester en wethouders aangewezen geneeskundige ongeschikt is geworden voor het verder verrichten van werkzaamheden, eervol ontslag verlenen met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin bedoeld advies door burgemeester en wethouders ter kennis van de vrijwilliger is gebracht.
Hoofdstuk VI
Artikel 38
Ongevraagd ontslag
Onderdeel van RECHTSPOSITIEREGELING VRIJWILLIGERS BIJ DE GEMEENTELIJKE BRANDWEER