Lid 1
Op grond van artikel 25 WWB kan het college de norm voor een alleenstaande (ouder) van 21 jaar of ouder verhogen met een toeslag indien een belanghebbende lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander. Artikel 3 van deze verordening vormt overigens het spiegelbeeld van artikel 4 van deze verordening.
De gemeenteraad is op grond van artikel 30 lid 2 WWB verplicht te bepalen dat de toeslag 20 procent van de gehuwdennorm bedraagt voor de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft (onverminderd de mogelijkheid tot verlaging van de norm of toeslag op andere gronden). Dit is vastgelegd in artikel 3 lid 1 onderdeel a van deze verordening.
Als in de woning een ander zijn hoofdverblijf heeft, wordt verondersteld dat noodzakelijke kosten van het bestaan gedeeld kunnen worden. Zolang geen sprake is van gehuwden of van een gezamenlijke huishouding moet ervan worden uitgegaan dat niet alle kosten gedeeld kunnen worden. Een toeslag blijft op zijn plaats. Gekozen is voor 10 procent van de gehuwdennorm (zie artikel 3 lid 1 onderdeel b van deze verordening).
Lid 2 en 3
Op grond van artikel 29 lid 1 WWB kan het college de toeslag voor een alleenstaande van 21 of 22 jaar afwijkend vaststellen. Dat is geregeld in artikel 3 lid 3 en 4 van deze verordening. In het derde lid is de toeslag geregeld voor een alleenstaande van 21 jaar. In het vierde lid is de toeslag vastgesteld voor een alleenstaande van 22 jaar.
Lid 4
Het bepaalde in de artikelen 25 en 26 WWB over het kunnen delen van kosten met thuisinwonende kinderen, ziet alleen op kinderen van 18 jaar of ouder.
Er is sprake van een zelfde situatie bij kinderen van 16 of 17 jaar die nog thuis wonen, maar zoveel verdienen dat ze niet meer als ten laste komend kind kunnen worden aangemerkt. Deze kinderen zijn dan immers niet meer in de bijstand van de ouder(s) begrepen, evenals kinderen van 18 jaar en ouder (het enige verschil is dat kinderen van 18 jaar en ouder zelf voor bijstand in aanmerking kunnen komen). In de wet is voor deze situatie (thuisinwonende kinderen van 16/17 jaar die niet meer in de bijstand begrepen zijn) niets geregeld als het gaat om kosten delen. In deze toeslagenverordening heeft gemeente Houten op dit punt zelf beleid geformuleerd.
Hoofdstuk 4
Artikel 3.
Toeslag alleenstaande (ouder)
Onderdeel van Toeslagenverordening WWB gemeente Houten