**1..** Voor de schulddienstverlening worden de middelen van de aanvrager in aanmerking genomen. Tot de middelen worden alle vermogens- en inkomensbestanddelen gerekend waarover de aanvrager en diens gezinsleden tot 18 jaar, kunnen beschikken dan wel redelijkerwijs kunnen beschikken.
**2..** a. Onder vermogen wordt verstaan de waarde van de bezittingen waarover de aanvrager en zijn gezinsleden tot 18 jaar kunnen beschikken of redelijkerwijs kunnen beschikken. De waarde van de bezittingen wordt vastgesteld op de waarde in het economische verkeer.
**b..** Niet als vermogen wordt in aanmerking genomen de bezittingen in natura van de aanvrager en zijn gezinsleden tot 18 jaar, die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn of, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn.
**3..** Onder inkomen wordt verstaan alle inkomende gelden waarover de aanvrager en zijn gezinsleden, kunnen beschikken of redelijkerwijs kunnen beschikken, zoals bijvoorbeeld:
inkomsten uit of in verband met arbeid;
inkomsten uit vroegere arbeid;
sociale zekerheidsuitkeringen;
alimentatie;
inkomsten uit vermogen;
inkomsten uit verhuur, onderverhuur of het hebben van één of meer kostgangers;
de heffingskorting als bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
vergoedingen zonder bijhorende kosten;
uitgekeerde premies;
voorlopige teruggaaf of teruggave inkomstenbelasting, loonbelasting, premies volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet;
ontvangsten die naar hun aard met bovengenoemde inkomsten en uitkeringen overeenkomen.
Hoofdstuk
Artikel 5
Middelen
Onderdeel van Beleidsregel toegang schulddienstverlening gemeente Zwolle 2012