Naar hoofdinhoud
1. Het inkomen wordt als volgt vastgesteld: a. bij inkomsten uit arbeid of uitkering (inclusief AOW en pensioen) wordt het netto bedrag vermeerderd met vakantietoeslag en de fiscale heffingskortingen; b. bij inkomsten uit eigen bedrijf wordt de belastingopgave van het verstreken kalenderjaar verminderd met de verschuldigde inkomstenbelasting. Wanneer de verschuldigde inkomstenbelasting (nog) niet bekend is wordt een forfaitair percentage in mindering gebracht, conform het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004. 2. Bij de vaststelling van het netto-inkomen wordt het inkomen uit vermogen in aanmerking genomen voor zover dit, na aftrek van de eventuele vermogensrendementsheffing, meer bedraagt dan 10% van de van toepassing zijnde vermogensgrens als vastgesteld in de Wet werk en bijstand (WWB) of daarvoor in de plaats tredende wet(ten). 3. Indien de belanghebbende deelneemt aan een spaarloonregeling, levensloopregeling of als er sprake is van beslaglegging op het inkomen, wordt bij de vaststelling van het inkomen hiermee geen rekening gehouden. 4. De periode waarover het netto inkomen wordt vastgesteld is het kalenderjaar waarin de aanvraag voor de Wmo-voorziening is gedaan, tenzij er sprake is van wisselende inkomsten per maand. In die situatie wordt het inkomen van de afgelopen 12 maanden genomen voor de vaststelling van het jaarinkomen.

Rechtspraak bij dit artikel