Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Drank- en Horecawet;
horecabedrijf: de activiteit in ieder geval bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse;
inrichting: de lokaliteiten waarin het slijtersbedrijf of het horecabedrijf wordt uitgeoefend, met de daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen in ieder geval bestemd zijn voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere besloten ruimte;
B-inrichting: de lokaliteiten waarin alcoholvrije drank en/of eetwaren voor gebruik ter plaatse wordt verstrekt zoals broodjeszaken, koffieshops, e.d. met de daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen bestemd zijn voor de consumptie van alcoholvrije drank en/of eetwaren, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere besloten ruimte;
lokaliteit: een besloten ruimte, onderdeel uitmakend van een inrichting;
alcoholvrije drank: drank die geen alcohol bevat, dan wel drank die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor ten hoogste een half volumeprocent uit alcohol bestaat;
alcoholhoudende drank: drank die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor meer dan een half volumeprocent uit alcohol bestaat;
sterke drank: drank, die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor vijftien of meer volumenprocenten uit alcohol bestaat, met uitzondering van wijn;
zwak-alcoholhoudende drank: alcoholhoudende drank, niet zijnde sterke drank;
leidinggevende:
de natuurlijke persoon die de dagelijkse en onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van een inrichting of een B-inrichting;
de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden voor wiens rekening en risico de inrichting of B-inrichting wordt uitgeoefend.