Het begrip ‘gehuwdennorm’ is omschreven, omdat het uitkeringsgebouw in de WWB daaraan is gerelateerd. Volstaan is met een verwijzing naar de gehuwdennorm genoemd in artikel 21, lid 1, WWB.
Het begrip woning is dezelfde als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag, “een gebouwde onroerende zaak voor zover deze als zelfstandige woonruimte, onvrije etage dan wel andere onzelfstandige woonruimte is verhuurd, alsmede de onroerende aanhorigheden”.
Het begrip verzorgingsbehoefte is gewijzigd met het terugdraaien van de huishoudtoets en de gezinsnorm, in de wet is ook artikel 4, vijfde lid verdwenen waarin de norm voor een zorgbehoevende die niet tot het gezin behoorde op een indicatie van tenminste 10 uur AWBZ zorg was gesteld. In deze verordening de definitie gehanteerd waarbij iemand in aanmerking moet komen voor opname in een AWBZ instelling.
Het begrip ‘woonkosten’ is nader gedefinieerd, omdat dit van belang is voor de toepassing van artikel 5 (verlaging woonsituatie). Aangesloten is bij de begripsomschrijving die voorheen onder de vigeur van de Algemene Bijstandswet in het Besluit landelijke normering (tot 1996) was opgenomen. Deze omschrijving wordt in veel verordeningen nog gebruikt. Het is aan het college overgelaten om de onderhoudskosten vast te stellen. Omdat een woning ook een woonwagen of woonschip kan zijn, is tevens verwezen naar artikel 3, zesde lid WWB, waarin deze woonruimtes met een woning worden gelijkgesteld.
Begrippen die in deze Verordening WWB worden gebruikt en niet nader zijn omschreven hebben dezelfde betekenis als in de WWB.
Hoofdstuk
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand Stichtse Vecht