**1..** Overeenkomstig deze verordening legt het college een maatregel op indien:
**a..** de belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan, of
**b..** indien de belanghebbende naar het oordeel van het college de uit de wet of de artikelen 28, tweede lid, of artikel 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Suwi) voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, of.
**c..** indien de belanghebbende zich jegens het college zeer ernstig misdraagt, of
**d..** indien de belanghebbende de verplichtingen genoemd in artikel 6 van de vigerende re-integratieverordening gemeente Opmeer niet of onvoldoende nakomt.
**2..** Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert.
**3..** Van het opleggen van de maatregel kan worden afgezien en worden volstaan met het geven van een waarschuwing, tenzij het niet of onvoldoende nakomen van de verplichtingen als bedoeld in het eerste of tweede lid plaatsvindt binnen een periode van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een waarschuwing is gegeven.
HOOFDSTUK 1
Artikel 2
Het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening WBB gemeente Opmeer 2012