Naar hoofdinhoud

Paragraaf 1.

Artikel 2.

Verlenen van ambtelijke bijstand

Onderdeel van Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2012

1. Een ambtenaar verleent op verzoek van de secretaris ambtelijke bijstand aan een raadslid tenzij: a. het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; b. dit het belang van de gemeente kan schaden; c. het bijstand, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, betreft en het raadslid de grenzen van redelijkheid en billijkheid als bedoeld in artikel 5 heeft overschreden. 2. De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt. 3. Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend. 4. De secretaris verstrekt een afschrift van het verzoek aan de betreffende portefeuillehouder in het college. 5. Indien (leden van) het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel