**1.** Een vergunning kan door het bevoegde gezag worden ingetrokken indien blijkt dat:
. de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
. de vergunninghouder de aan de vergunning verbonden voorschriften niet naleeft;
. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd dat het belang van het cultureel erfgoed zwaarder dient te wegen;
. niet binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning, van de vergunning gebruik wordt gemaakt.
**2.** De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, respectievelijk tot het moment van instellen van de ARK de Monumentencommissie.
Hoofdstuk 3
Artikel 16
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Erfgoedverordening Sittard-Geleen 2012