**1..** Als laag inkomen in de zin van artikel 36 van de wet wordt aangemerkt een ononderbroken inkomen dat gedurende de referteperiode gemiddeld niet meer bedraagt dan 110% van het wettelijk sociaal minimum omgerekend naar een belastbaar loon.
**2..** Als onderbreking geldt niet: maximaal één aaneengesloten periode van 31 dagen in de twaalf maanden voorafgaand aan de peildatum.