**1..** Binnen een jaar na het tijdstip waarop de uitkering voor de
eerste maal met toepassing van artikel 4a is voortgezet, doe
burgemeester en wethouders een onderzoek instellen ten einde te
doen bezien of er als gevolg van gronden die invloed hebben op
de mate van algemene invaliditeit redenen aanwezig zijn voor
herziening of intrekking van de uitkering.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van bepaalde
groepen algemeen invaliden bepalen dat geen termijn geldt dan
wel een termijn zal gelden die afwijkt van de in het eerste lid
genoemde termijn.
**3..** Burgemeester en wethouders wijzen ambtshalve of op aanvraag van
de belanghebbende het bedrag van de uitkering bij wijziging van
de mate van invaliditeit.
**4..** Een wijziging van het bedrag van de uitkering gaat in:
indien daartoe een aanvraag is ingediend, met ingang van
de eerste dag van de maand volgende op die waarin die
aanvraag is binnengekomen;
indien de wijziging ambtshalve plaatsvindt, met ingang
van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de
beslissing tot wijziging is gekomen.
**5..** De toepassing van artikel 4a wordt ten aanzien van een
belanghebbende gestaakt indien en zolang hij niet voldoet aan
een uitnodiging van burgemeester en wethouders zich te
onderwerpen aan een onderzoek door een of meer door hen
aangewezen geneeskundigen ter beantwoording van de vraag, of er
nog sprake is van algemene invaliditeit.
**6..** Indien degen die recht heeft op een wegens algemene invaliditeit
voortgezette uitkering inkomsten uit of in verband met arbeid
geniet, zijn burgemeester en wethouders bevoegd, zolang niet
vaststaat of deze arbeid als arbeid bedoeld in artikel 4a,
tweede lid, kan worden aangemerkt, niet tot herziening of
intrekking van de uitkering over te gaan. de toepassing van de
eerste volzin vindt ten hoogste plaats over een aaneengesloten
periode van drie jaren, aanvangende op de eerste dag waarover de
inkomsten uit of in verband met arbeid bedoeld in de eerste
volzin worden genoten. Deze periode wordt geacht niet te zijn
onderbroken indien korter dan een maand geen inkomsten uit of in
verband met arbeid worden genoten. Na afloop van de in de tweede
volzin genoemde periode wordt de in de eerste volzin bedoelde
arbeid aangemerkt als arbeid bedoeld in artikel 4a, tweede
lid.
**7..** Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de tweede volzin
van het zesde lid geen toepassing vindt ten aanzien van bepaalde
groepen algemeen invaliden en met betrekking tot het zesde lid
van dit artikel nadere en voor bijzondere gevallen zo nodig
afwijkende regels stellen.
AFDELING I › Afdeling
Artikel 4d
Artikel 4d
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders van Ommen