De bepalingen van deze paragraaf blijven buiten toepassing ten
aanzien van degenen die op grond van gemoedsbezwaren hun recht
op algemeen pensioen niet geldend maken, met dien verstande dat
zij zo veel mogelijk overeenkomstige toepassing vinden met
betrekking tot diegenen van evenbedoelden, die recht hebben op
een uitkering als bedoeld in artikel 36a van de Algemene
Ouderdomswet.
AFDELING II › HOOFDSTUK V › Paragraaf 2
Artikel 55
Gemoedsbezwaren
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders van Ommen