Een normsubsidie wordt uitsluitend verstrekt aan organisaties met activiteiten op de volgende terreinen:
Amateurkunst
Ouderen
Sport
Volksgezondheid en maatschappelijke dienstverlening
Jeugd- en jongerenwerk
Recreatie en toerisme
Kunst en cultuur
Cultuurhistorie
Minderheden
Sociaal-economische achterstand
Natuur en milieu
Volkshuisvesting
Ruimtelijke ordening
Sociaal cultureel werk
Leefbaarheid
Media
Voor organisaties die voor een normsubsidie, berekend op basis van het aantal actieve leden, bezoekers of vaste deelnemers, in aanmerking willen komen geldt een ondergrens ten aanzien van het aantal leden, bezoekers of vaste deelnemers. Deze ondergrens bedraagt bij:
Blaasorkesten (harmonie, fanfare, brassband, bigband, blaaskapel, accordeonorkest): 20 actieve leden;
Mars- en showorkesten (slagwerk en/of blaasinstrumenten zoals drumfanfare, showband, drum- en malletband): 12 actieve leden;
Symfonische orkesten: 20 actieve leden;
Koren: 12 actieve leden;
Toneel- en revuegezelschappen: 10 actieve leden;
Dansverenigingen en majorettegroepen: 15 actieve leden;
Sportverenigingen (jeugdsport): 15 actieve leden in de leeftijd tot 18 jaar;
Verenigingen (niet zijnde sportverenigingen) voor jeugd en jongeren in de leeftijd tot 18 jaar: 25 actieve leden;
Verenigingen voor ouderen: 25 actieve leden;
Verenigingen op terrein van de volksgezondheid en maatschappelijke dienstverlening: 25 actieve leden;
Actieve leden van een organisatie zijn leden die:
Contributie betalen;
Daadwerkelijk deelnemen aan de kernactiviteit(en) van de organisatie;
Niet uitsluitend deel uitmaken van het algemeen en/of dagelijks bestuur;
Niet behoren tot de categorie ereleden;
Niet in loondienst zijn van de organisatie.
Een organisatie met leden die voor een normsubsidie, berekend op basis van het aantal leden, in aanmerking wil komen dient aangesloten te zijn bij een regionale, provinciale of landelijke koepelinstelling (voorzover aanwezig).
Bij de berekening van de subsidie voor een bepaalde subsidieperiode op basis van het aantal actieve leden van een organisatie wordt uitgegaan van de ledenlijst van deze organisatie op 1 januari van het jaar voorafgaand aan de subsidieperiode.
Bij de berekening van de subsidie voor een bepaalde subsidieperiode op basis van het aantal inwoners van de gemeente Wijchen wordt uitgegaan van het aantal inwoners op 1 januari van het jaar voorafgaand aan de subsidieperiode.
Bij de berekening van de subsidie voor een bepaalde subsidieperiode op basis van overige meetbare eenheden wordt uitgegaan van het aantal op 1 januari van het jaar voorafgaand aan de subsidieperiode.
Voor alle normsubsidies is van toepassing dat het opgenomen budget in de gemeentebegroting van het betreffende jaar waarvoor subsidie wordt verstrekt geldt als subsidieplafond.
Bij overschrijding hiervan worden de subsidiebedragen evenredig verminderd.
Het college kan de subsidieontvanger onder meer verplichtingen opleggen ten aanzien van:
De contributie van de leden van de subsidieontvanger;
De tarieven en bijdragen van deelnemers aan de gesubsidieerde activiteiten;
Het verkrijgen van andere inkomsten anders dan de gemeentelijke subsidie;
De wijze en tijdstippen waarop informatie wordt verstrekt over de gesubsidieerde activiteiten.
Het college kan voorts de subsidieontvanger andere verplichtingen opleggen die betrekking kunnen hebben op de wijze waarop en de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.
Hoofdstuk
Artikel 2.3
Normsubsidie algemene bepalingen
Onderdeel van Beleidsregel subsidieverstrekkingen 2013