**1..** In afwijking van artikel 8 bedraagt de belasting per seizoen, ter zake van het verblijf houden aan boord van een vaartuig, als bedoeld in artikel 1, met een oppervlakte van :
ten hoogste 15 m2 : P x Q x T;
meer dan 15 m2 tot en met 25 m2: P x
Q x T;
meer dan 25 m2: P x Q x T.
**2..** In afwijking van het bepaalde in lid 1 bedraagt de belasting per seizoen ter zake van het verblijf houden aan boord van een weekendschip p x q x t.
**3..** In de formules genoemd onder sub a, b, en c van lid 1 en 2 hebben de symbolen de volgende inhoud:
P: het gemiddelde aantal personen aan boord van een vaartuig; per categorie vaartuig, genoemd in lid 1, wordt dit aantal respectievelijk 2, 3 en 4 personen; per weekendschip wordt het aantal personen bepaald op 4;
Q: het gemiddeld aantal dagen dat verblijf op het water wordt gehouden; per categorie vaartuig genoemd in lid 1, wordt dit bepaald op 24 dagen; per weekendschip wordt het aantal dagen bepaald op 60.
T: tarief per overnachting als genoemd in artikel 7.
**4..** Het aantal van de in lid 1 en 2 genoemde vaartuigen wordt vastgesteld op het gemiddeld aantal dat aanwezig is op 1 april, 1 juni, 1 augustus, en 1 oktober van het belastingjaar, dan wel hoogstens drie werkdagen vóór of ná elk der genoemde data.
Artikel 6.
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van de heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de watertoeristenbelasting 2015