Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
ambtenaar: 1. de ambtenaar in de zin van de Collectieve
Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) Oss;
de werknemer in de zin van artikel 2:5 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) Oss;
de werknemer waarmee een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is afgesloten omdat betrokkene een zodanige arbeidstijd heeft dat deze geen deelnemer aan de IZA regeling kan zijn;
salaris: het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, van de Collectieve
Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) Oss;
salaris per uur: het 1/156 deel van het salaris bij een gemiddeld 36 urige werkweek;
salarisschaal II: de schaal als bedoeld in artikel 3:1, derde lid, sub a van de Collectieve
Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) Oss opgenomen in bijlage II, behorend bij de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) Oss;
salarisschaal IIa: de schaal als bedoeld in artikel 3:1, derde lid, sub b, van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) Oss opgenomen in bijlage IIa, behorend bij de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) Oss;
salarisnummer: een aanduiding, bestaande uit een getal of uit een letter en een getal,
dat in een salarisschaal naast een salaris is vermeld;
salarisanciënniteit: het salarisnummer vermeerderd met het aantal maanden waarop
men conform het bij dit salarisnummer behorende salaris wordt bezoldigd.
maximumsalaris: het hoogste bedrag van een salarisschaal, dat kan worden bereikt door
jaarlijkse salarisverhogingen;
bezoldiging: het salaris vermeerderd met de toelagen als genoemd in de artikelen
14, 15, 16, 17, 19 en 21 van deze verordening, alsmede de toelage genoemd in artikel 3:1:2 eerste t/m vijfde lid van het Ambtenarenreglement (AR) Oss, een en ander met dien verstande dat, indien de toelagen een wisselend karakter hebben, onder bezoldiging wordt verstaan het salaris, vermeerderd met het gemiddelde berekend over de 12 laatste volle kalendermaanden van de in dit lid bedoelde toelagen;
functie: het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten;
functieschaal: de voor de functie vastgestelde schaal ingevolge functiewaarderings-
onderzoek conform het reglement functie- en
Inconveniëntenwaardering Oss 2004;
aanloopschaal: de schaal onmiddellijk voorafgaand aan de voor de functie
vastgestelde functieschaal;
uitloopschaal: de schaal onmiddellijk volgend op de voor de functie vastgestelde
functieschaal;
formatieplan: een beschrijving per organisatie-eenheid conform het Reglement
functie- en inconveniëntenwaardering Oss 2004 waarin tevens het maximaal benodigd functie niveau en omvang tot uitdrukking wordt gebracht (de zogenaamde mini-formatie);
functiewaar- het op systematische wijze in rangorde plaatsen van functies, met als
deringsonderzoek: criterium de relatieve zwaarte van het werk;
conversie: de vertaling van de gevonden rangorde naar salarisschalen;
organieke functie: de beschrijving van het samenstel van werkzaamheden welke door
een ambtenaar verricht dient te worden en de daarvoor benodigde kwalificaties;
functiereeks: maximaal drie opeenvolgende organieke functie omschrijvingen van
een (groeps)functie, met dien verstande dat binnen een reeks de functies naar inhoud op lopen in zwaarte, alsmede op het gebied van opleidings- en ervaringseisen toenemen;
volledige werktijd: een werktijd welke gemiddeld 38 werkuren per week omvat. Vanaf
1 januari 1997 gemiddeld 36 werkuren per week.
Landelijk Overleg overlegorgaan waarbij de centrale van overheidspersoneel welke zijn
Gemeentelijke toegelaten tot het LOGA met het College voor Arbeidszaken van de
Arbeids- vereniging van Nederlandse Gemeente, met elkaar overleg
voorwaarden: voeren over de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor gemeenten.