Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 21

Artikel 21

Onderdeel van Tab B Bezoldigingsverordening Oss 2012

Aan de ambtenaar wiens bezoldiging vermindert als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of voor meer dan 25% verminderen van een der toelagen ingevolge de artikelen 15, 17 of 19 van deze verordening, wordt een aflopende dan wel een blijvende toelage toegekend op voet van de volgende leden. a. Aan de ambtenaar, die een toelage ex artikel 15, 17 of 19 van deze verordening, zonder wezenlijke onderbreking, gedurende een periode van 3 jaar heeft genoten, wordt met ingang van de eerste maand van de beëindiging, c.q. de blijvende vermindering, een aflopende toelage toegekend. De duur van de aflopende toelage is gelijk aan 1/3 gedeelte van de tijd, gedurende welke de betreffende toelage werd genoten, afgerond op een hele maand naar boven. De aflopende toelage bedraagt gedurende 1/3 van de onder b bedoelde duur 75% van het vervallen gedeelte van de toelage; daarna gedurende 1/3 van de onder b bedoelde duur 50% van het vervallen gedeelte van de toelage; daarna gedurende 1/3 van de onder b bedoelde duur 25% van het vervallen gedeelte van de toelage. Toepassing van artikel 3:1:2 van het Ambtenarenreglement (AR) Oss heeft geen invloed op het bepaalde in lid 2 van dit artikel. Aan de ambtenaar die de leeftijd van 60 jaren heeft bereikt en een toelage ex artikel 15, 17 of 19 van deze verordening gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten, wordt een blijvende toelage toegekend ter grootte van vermeldde toelage. Aan de ambtenaar, die de leeftijd van 50 jaren heeft bereikt en nog geen 60 jaren oud is, en een toelage ex artikel 15, 17 of 19 van deze verordening gedurende ten minste 25 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten, wordt een blijvende toelage toegekend ter grootte van vermeldde toelage; Aan de ambtenaar die op grond van lid 2 van dit artikel een aflopende toelage geniet, wordt bij het bereiken van de 50 c.q. 60 jarige leeftijd een blijvende toelage toegekend ter grootte van het alsdan resterende gedeelte van de aflopende toelage, indien hij de toelage ingevolge de artikelen 15, 17 of 19 van deze verordening voor het bereiken van genoemde leeftijden 25 c.q. 10 jaar zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. In dit artikel wordt verstaan onder "wezenlijke onderbreking" een onderbreking van langer dan twee maanden. Van onderbreking in de zin van deze verordening is geen sprake, als deze voortvloeit uit het in opdracht van het college vervangen in een andere functie. Indien de toelage ex artikel 15, 17 of 19 van deze verordening geen vast bedrag per maand bedroeg, wordt voor de toepassing van dit artikel als berekeningsbasis genomen een gemiddelde van hetgeen aan zodanige toelage werd genoten in de 12 maanden voorafgaande aan de vermindering c.q. beëindiging van die toelage. a. Indien voor de toepassing van dit artikel geen termen meer aanwezig zijn ten gevolge van het vervallen van de 25% norm als bedoeld in lid 1 van dit artikel, wordt alsdan het recht dat aan dit artikel wordt ontleend opgeschort, tenzij gedurende de opschorting opnieuw termen zijn ontstaan voor toepassing van lid 1. b.Bij verhoging c.q. verlaging anders dan wegens algemene salarismaatregelen van de toelage ex artikel 15, 17 of 19 van deze verordening zodanig, dat betrokkene in aanmerking blijft komen voor een aflopende toelage, wordt deze aflopende toelage vanaf het ontstaan van de verhoging c.q. verlaging berekend van het alsdan optredende verschil in vergelijking met de toestand zoals deze was op het moment dat dit recht ingevolge lid 2 van dit artikel ontstond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel