Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Tab D reis en verblijfkosten verordening Oss 2012

1.. Voor reizen per trein geldt voor alle ambtenaren 2e klas reizen. 2.. de dienstdirecteur kan, indien het noodzaak/nuttig is, een ambtenaar 1e klas laten reizen. Als leidraad gelden de volgende richtlijnen: de functionele noodzaak is aantoonbaar en; de reisduur is langer dan 30 minuten; de dienstdirecteur beoordeelt en fiatteert de aanvraag 1e klas reizen; de uitvoeringsverantwoordelijkheid voor een correcte toepassing ligt nadrukkelijk bij de dienstdirecteuren. 3.. Ambtenaren die een dienstreis maken met de trein, kunnen een NS-businesscard aanvragen bij het Serviceloket. Zij dienen daartoe een boekingsformulier in te vullen dat via outlook wordt verstrekt. 4.. Indien een reis geschiedt per huurauto, dient bij de declaratie de huurovereenkomst te worden overlegd. Dit geldt tevens voor betaalde tol-, brug- en veergelden (laatste ook van toepassing bij gebruik poolauto). 5.. De dienstreis wordt op de minst kostbare wijze gemaakt, tenzij bij de opdracht tot reizen een ander voorschrift is gegeven. 6.. Als vergoeding van reiskosten mag niet meer in rekening worden gebracht dan de werkelijk verschuldigde en betaalde kosten voor het gebruikte vervoer. Verblijfkosten Artikel 6 Wegens verblijfkosten terzake van dienstreizen heeft de ambtenaar, aanspraak op vergoeding zoals beschreven bijlage A van deze verordening, met dien verstande dat de vergoeding niet meer bedraagt dan de werkelijke, aantoonbare kosten.

Rechtspraak bij dit artikel