Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 6

Ontruiming

Onderdeel van Beleidsregel voor het gebruik van tijdelijke inrichtingen

1. Indien een inrichting bestaat uit meerdere ruimten, waardoor het geheel niet meer beroepbaar is, moet een ontruimingsinstallatie met luid alarm aanwezig zijn. 2. De ontruimingsalarminstallatie moet te allen tijde voor onmiddellijk gebruik beschikbaar zijn. Het beheer, de controle en het onderhoud van de ontruimingsalarminstallatie wordt geregeld in NEN 2654-2:2004 (artikel 6.23 Bouwbesluit). 3. De gebruiker van de inrichting, stelt een ontruimingsplan op ten behoeve van de in de inrichting aanwezige personen. Het ontruimingsplan wordt bijvoorkeur opgesteld volgens de relevante delen van de NTA 8112 (artikel 6.23 Bouwbesluit). 4. Er moet doorlopend worden toegezien, indien van toepassing, dat; vluchtwegen, of aanduidingen daarvan, goed zichtbaar zijn; vluchtwegen goed bereikbaar zijn; blustoestellen goed bereikbaar zijn; het sluiten van rook- en brandwerende deuren niet wordt belemmerd en dat deze voortdurend gesloten zijn; elektrische snoeren, stekkers en toestellen in goede staat verkeren; geen brandgevaarlijke situaties ontstaan door onveilig gebruik van vuur, gas en/of elektriciteit; geen brandgevaarlijke situaties ontstaan als gevolg van de toegepaste (kerst)versieringen; meldpunten ten behoeve van de ontruimingsalarminstallatie goed bereikbaar zijn. 5. Het personeel dient geïnstrueerd te zijn hoe te handelen bij brand.

Rechtspraak bij dit artikel