Naar hoofdinhoud
1.. Een vergoeding voor de kosten van een woningsanering , een woonvoorziening van niet bouwkundige of woontechnische aard als bedoeld in artikel 15, sub c, van de Verordening , wordt verstrekt indien: de noodzaak hiertoe, vanwege caraklachten in verband met een allergie voor huisstof of huisstofmijt, is vastgesteld; er bij de aanschaf van de huidige vloer- en raambedekking geen sprake was van een (verwachte) noodzaak tot woningsanering; niet eerder voor de aanvrager op grond van de Wet of een andere regeling de huidige woning is gesaneerd; de woningsanering niet heeft plaatsgevonden voordat het college op de aanvraag heeft beschikt; en de woningsanering is aangevraagd binnen één jaar nadat voor de eerste maal een allergie voor huisstofmijt is vastgesteld. 2.Voor de vergoeding van de kosten van vloer- en raambedekking in het kader van woningsanering worden maximaal de daarvoor geldende NIBUD-normen toegepast. Een vergoeding wordt voorts alleen verstrekt indien de betreffende vloer- en raambedekking nog niet is afgeschreven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel