Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II:

Artikel 9

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening Reinigingsheffingen 2013

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen, zoals bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze verordening behorende tarieventabel, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljetverenigde aanslagen, zoals bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze verordening behorende tarieventabel, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 100,- maar minder is € 3.500,- en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven in dat geval moeten de aanslagen worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later; In afwijking van het tweede lid worden bedragen die buiten de marge (meer dan € 100,- maar minder dan € 3.500,-) van lid 2 vallen en die door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven in dezelfde termijnen afgeschreven zoals in lid één; De belasting bedoeld in hoofdstuk III van de bij deze verordening behorende tarieventabel moet worden betaald: indien de kennisgeving mondeling wordt gedaan: op het moment van de kennisgeving; indien de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan: binnen één maand na de dagtekening vermeld op de kennisgeving. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste of het tweede lid gestelde termijnen.

Rechtspraak bij dit artikel