Onder de naam “onroerende-zaakbelastingen” worden ter zake van
binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe
belastingen geheven:
en gebruikersbelasting van degene die bij het begin van
het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in
hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens
eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;
een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van
het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te
noemen: eigenarenbelasting.
Bij de gebruikersbelasting wordt:
gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende
zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door
degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die
het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de
belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat
deel in gebruik is gegeven;
het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene
die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld;
degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft
gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen
op degene aan wie die zaak ter beschikking is
gesteld.
Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die
bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale
registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip
geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
is.
Artikel 1
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2013