Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Ontslag en non-activiteit

Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie

1.. De raad ontslaat de leden en plaatsvervangende leden of stelt hen op non-activiteit. 2.. Een lid van de rekenkamer wordt door de raad ontslagen: op eigen verzoek; bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de commissie, overeenkomstig het in artikel 81-o-a van de wet bepaalde; wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is de functie van lid van de commissie te vervullen. 3.. De leden van de commissie kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun functie te vervullen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel