Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.

Artikel 3

Algemene voorschriften

Onderdeel van Lozingsverordening riolering gemeente Ommen 1992

1.. Voor bedrijven en instellingen waarvoor een ontheffing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, is verleend en die bovendien genoemd zijn in het derde lid is het alleen toegestaan door middel van een werk afvalstoffen in de riolering te lozen met inachtneming van de in het tweede lid genoemde algemene voorschriften voor zover deze in het derde lid op de daarin genoemde bedrijven en instellingen van toepassing zijn verklaard. 2.. De algemene voorschriften luiden als volgt: het gehalte aan minerale olie in het te lozen afvalwater mag niet meer bedragen dan 200 mg/l, bepaald volgens NEN 6675; vloeistoffen op basis van minerale olie, zoals afgewerkte olie, alsmede smeer- en systeemoliën die vrijkomen bij het onderhouden, herstellen en/of reinigen van voertuigen of onderdelen daarvan en accuzuur en koelvloeistof mogen niet worden geloosd; het gehalte aan plantaardige oliën en dierlijke vetten in het te lozen afvalwater mag niet meer dan 400 mg/l bedragen, bepaald volgens NEN 6675; grove afvalstoffen, zoals groentesnippers en etensresten, alsmede snel bezinkende stoffen mogen niet worden geloosd; grove afvalstoffen, zoals darmen en vetstukken, haren, veren, schubben, graten en dergelijke mogen niet worden geloosd. Bloed mag niet worden geloosd; grove afvalstoffen, zoals koppen en staarten, schubben en graten en dergelijke mogen niet worden geloosd; verfresten en oplosmiddelen mogen niet worden geloosd; gier en mest mogen niet worden geloosd; reinigingsmiddelen voor textiel, alsmede het residu dat ontstaat bij het terugwinnen (destilleren) daarvan mogen niet worden geloosd; de spui van het koelwatersysteem mag niet worden geloosd indien het koelwater afvalstoffen bevat; textielvezels en dergelijke mogen niet worden geloosd; de temperatuur van het te lozen afvalwater mag ten hoogste 30 oC bedragen; ten behoeve van controle op lozingen dienen een of meer doelmatige controlevoorzieningen voor het nemen van monsters te zijn aangebracht; de lozing van amalgaamresten dient met tenminste 95% te worden gereduceerd; fotografische vloeistoffen, zoals ontwikkel- en fixeervloeistoffen, mogen niet worden geloosd. 3.. De bedrijven en instellingen en de daarop van toepassing verklaarde algemene voorschriften zijn de volgende: Bedrijven en instellingen Van toepassing verklaarde algemene voorschriften a. herstel- en onderhoudsplaatsen voor voertuigen en machinerieën, met uitzondering van bedrijven voor anticorrosiebehandeling; tankstations voor motorbrandstoffen met daaraan verbonden servicestations A, B, O b. tankstations voor motorbrandstoffen A, B, O c. wasplaatsen voor het uitwendig reinigen van voertuigen; op- en overslagbedrijven voor vloeibare brandstoffen, minerale oliën en vetten A, B, N, O d. op- en overslagplaatsen voor plantaardige en/of dierlijke oliën en vetten C, N, O e. keukens voor bedrijfsmatige bereiding van warme spijzen C, D, N, O f. werkplaatsen voor het wassen en/of panklaar maken van groenten en aardappelen D, O g. slagerijen, met inbegrip van die waarin geslacht wordt, en poelierderijen, worstmakerijen, vleeswarenbereiding en werkplaatsen voor de bereiding van kleine spijzen waarin vlees en vleeswaren verwerkt zijn C, E, N, O h. werkplaatsen voor de bewerking van vis C, F, N, O i. schilderswerkplaatsen G, O j. veeteeltbedrijven en maneges H, O k. chemische wasserijen, met uitzondering van poetsdoekwasserijen K, N, O l. bedrijven en instellingen die koelwater op de riolering lozen L, O m. natwasserijen M, N, O n. praktijken voor tandheelkundige verzorging O, P, Q 4.. Ingeval een bedrijf of instelling als bedoeld in het derde lid geen zelfstandige eenheid vormt, maar deel uitmaakt van een groter geheel, zijn de in dat lid voor de desbetreffende categorie gestelde regels uitsluitend op dat onderdeel van toepassing. 5.. Teneinde aan de lozingsvoorschriften van dit artikel te kunnen voldoen dienen de bedrijven en instellingen van de in lid 3 genoemde categorie de voorzieningen te treffen die in bijlage III voor die categorie zijn opgenomen. 6.. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels te stellen met betrekking tot de inhoud van bijlage III.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel