Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 8

Bescherming riool en goede werking daarvan

Onderdeel van Lozingsverordening riolering gemeente Ommen 1992

1.. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 7 is het verboden op de riolering op enigerlei wijze afvalwater te lozen dat door samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid: gevaar, schade of hinder kan opleveren voor de riolering, dan wel de goede werking daarvan, of voor de daarop aangeslotenen; een nadelige invloed kan hebben op de verwerking van het uit het riool te verwijderen slib. 2.. Het is in het bijzonder verboden op de riolering afvalwater te lozen: met een temperatuur van meer dan 30oC; met een Ph lager dan 6,5 of hoger dan 8,5 bij een zogenaamd etmaalmonster respectievelijk 10 bij een zogenaamd steekmonster (piekwaarde), alsmede zuren en basen die niet in water zijn opgelost; met een sulfaatgehalte van meer dan 300 mg per liter; met een chloridegehalte van meer dan 300 mg per liter; met stoffen die verstopping of beschadiging van de riolering of daarmee verbonden installaties kunnen veroorzaken; met stoffen die worden versneden door middel van versnijdende apparatuur, tenzij het stoffen betreft die ook zonder te zijn versneden geloosd mogen worden; met stoffen die brand- of explosiegevaar kunnen veroorzaken; met stoffen die stankoverlast kunnen veroorzaken. 3.. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 7 is het verboden op de riolering op zodanige wijze afvalwater te lozen dat daardoor de goede werking van de riolering kan worden belemmerd. 4.. Ten behoeve van controle op lozingen dienen een of meer doelmatige controlevoorzieningen voor het nemen van monsters te zijn aangebracht. 5.. Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voor: het lozen van afvalstoffen in het kader van het normale huishoudelijke gebruik dat van een woonruimte wordt gemaakt; het lozen van afvalstoffen van normaal huishoudelijke aard vanuit mobiele lozingsbronnen zoals toiletwagens. 6.. Burgemeester en wethouders kunnen nadere voorschriften opleggen ter bescherming van de riolering en de goede werking daarvan. 7.. Het is verboden afvalwater op de riolering te lozen in strijd met nadere voorschriften als bedoeld in het zesde lid. 8.. Voor lozingen op het riool in gebieden met drukriolering is het verboden niet-verontreinigd hemelwater te lozen op de drukriolering. 9.. Op de riolering mag alleen met toestemming van burgemeester en wethouders bronneringswater c.q. bemalingswater worden afgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel