1. De compensatieplicht is de plicht van het college aan personen met een beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem voorzieningen te bieden ter
compensatie van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie ten einde hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Daarbij legt artikel 4 van de wet het college de plicht op om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het individuele geval maatwerk is.
2. De eigen verantwoordelijkheid van mensen is één van de uitgangspunten van de kanteling in de Wmo. De nadruk ligt op het vinden van oplossingen vanuit de persoon, en zijn omgeving en niet op bestaande voorzieningen.
3. De resultaten die via compenserende maatregelen (volgens artikel 4, lid 1. van de wet Wmo) zijn:
a. een schoon en leefbaar huis;
b. wonen in een geschikt huis;
c. beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;
d. beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;
e. het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren;
f. zich verplaatsen in en om de woning;
g. zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;
h. de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of culturele activiteiten.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
De te bereiken resultaten
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Schouwen-Duiveland 2013