Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan de
beheerder van een door de rechthebbende en de betrokken
rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht. Deze
rechtsopvolger is de echtgenoot of geregistreerde partner of
andere levenspartner, dan wel een bloedverwant of aanverwant tot
en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de
rechthebbende ten name van een ander dan vorengenoemde personen
is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen
bestaan.
Na het overlijden van de rechthebbende of gebruiker kan het
grafrecht worden overgeschreven op naam van de echtgenoot,
geregistreerde partner of andere levenspartner dan wel een
bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad, mits de
aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen 1 jaar na het overlijden
van de rechthebbende of gebruiker. Overschrijving op verzoek van
de rechthebbende ten name van een ander dan vorengenoemde
personen is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen
bestaan.
Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
overschrijving niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van
dit artikel gestelde termijn, is het bestuursorgaan bevoegd het
grafrecht vervallen te verklaren.
Na het verstrijken van de in het vorige lid genoemde termijn kan
het bestuursorgaan het grafrecht alsnog op naam stellen van een
nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een
(urnen)graf dat inmiddels is geruimd.
Over elke overdracht of overboeking zijn de daarvoor
vastgestelde kosten verschuldigd.
Hoofdstuk
Artikel 19
Artikel 19
Onderdeel van Verordening voor het beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen