Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 21

Artikel 21

Onderdeel van Verordening voor het beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen

1.. Het plaatsen of verwijderen van grafbedekking op graven of een plaat ter afsluiting van een urnennis geschiedt niet dan met vergunning van het bestuursorgaan. De verwijdering dient vooraf aan de beheerder gemeld te worden. 2.. Omtrent de wijze van aanvraag van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekkingen, alsmede het aanbrengen of onderhoud van beplantingen kan het bestuursorgaan nadere regels stellen omschreven in het uitvoeringsbesluit. Deze regels kunnen verschillen voor de te onderscheiden vakken en rijen graven. 3.. Het bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde nadere regels. 4.. Het bestuursorgaan kan de in het eerste lid bedoelde vergunning weigeren indien: a.. niet voldaan is aan de door haar vastgestelde nadere regels conform het uitvoeringsbesluit; b.. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaatsen; c.. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; d.. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. 5.. Het (doen) plaatsen of aanbrengen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of van beplantingen op eigen (urnen)graven geschiedt door of namens de rechthebbende of de gebruiker. 6.. Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of afsluitplaten, of van heesters of andere beplantingen, komen voor rekening van de rechthebbende of de gebruiker.

Rechtspraak bij dit artikel