**1..** Het plaatsen of verwijderen van grafbedekking op graven of een plaat
ter afsluiting van een urnennis geschiedt niet dan met vergunning
van het bestuursorgaan. De verwijdering dient vooraf aan de
beheerder gemeld te worden.
**2..** Omtrent de wijze van aanvraag van de vergunning, de aard en de
afmetingen van de grafbedekkingen, alsmede het aanbrengen of
onderhoud van beplantingen kan het bestuursorgaan nadere regels
stellen omschreven in het uitvoeringsbesluit. Deze regels kunnen
verschillen voor de te onderscheiden vakken en rijen graven.
**3..** Het bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van de door hen
vastgestelde nadere regels.
**4..** Het bestuursorgaan kan de in het eerste lid bedoelde vergunning
weigeren indien:
**a..** niet voldaan is aan de door haar vastgestelde nadere regels conform
het uitvoeringsbesluit;
**b..** de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
begraafplaatsen;
**c..** de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
**d..** de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.
**5..** Het (doen) plaatsen of aanbrengen van monumenten, grafstenen, zerken
of andere gedenktekens of van beplantingen op eigen (urnen)graven
geschiedt door of namens de rechthebbende of de gebruiker.
**6..** Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of
vernieuwen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens
of afsluitplaten, of van heesters of andere beplantingen, komen voor
rekening van de rechthebbende of de gebruiker.
Hoofdstuk
Artikel 21
Artikel 21
Onderdeel van Verordening voor het beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen