Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 25

Artikel 25

Onderdeel van Verordening voor het beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen

1.. De bij de ruiming van een graf aanwezige overblijfselen van lijken, worden begraven of verstrooid op een door het bestuursorgaan aangewezen gedeelte van de begraafplaatsen. 2.. Het bestuursorgaan kan de rechthebbende op een eigen graf toestemming verlenen om de overblijfselen van de overledenen die zich bevinden in het graf waarop het uitsluitend recht betrekking heeft, opnieuw te doen begraven in een ander eigen graf. 3.. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende een periode van één jaar voor beëindiging van de grafrusttermijn de beheerder schriftelijk verzoeken bij de ruiming de overblijfselen indien mogelijk bijeen te doen brengen voor herbegraving in een eigen graf elders. 4.. De rechthebbende van een eigen (urnen)graf kan de beheerder schriftelijk verzoeken bij de ruiming de overblijfselen indien mogelijk bijeen te doen brengen voor herbegraving of bijzetting elders of te doen verstrooien.

Rechtspraak bij dit artikel